Naar iets op zoek?

de Koning en de Keizer

Author:

Er was eens een gilde. Ze hadden een Koning en een Keizer. Eens per twee jaar werd er, als er kermis was in het dorp, Koning geschoten. Iedereen van het gilde kon Koning worden. Als je maar genoeg punten kon schieten met je kruisboog op een wip. Een wip is een klein rond plaatje wat heel hoog op een schutsboom ligt. Dat ding eraf schieten is heel moeilijk. Zeker als je bier op hebt.

Koning Karel was al een poosje Koning. Het was hem al twee keer gelukt om Koning te schieten.
Keizer Cees was ook al een poosje Keizer. 42 jaar welteverstaan. Zijn Keizerlijke status kwam een beetje in het gedrang. Want Koning Karel kon Keizer Karel worden als hij voor de derde keer Koning zou schieten.

Het was een mooie dag. De zon scheen en het gilde had een druk programma. Eerst aten ze worstenbrood bij Hoofdman Jos. Daarna dronken ze koffie bij Keizer Cees. Toen was het tijd voor een biertje en een broodje gehaktbal bij Koning Karel.
Daarna moesten ze naar de gildetuin om te beginnen aan een potje Koningschieten.

Er waren 14 kandidaten. Het was spannend. Werd het Koning Rogier? Koning Jos? Of toch Koning Karel?
Tot op het laatste schot was het spannend. Luid gejuich maar her en der ook een ‘oeh’ toen Rogier zijn laatste schot miste.
Koning Karel schoot raak en bleef dus Koning Karel.

Keizer Cees werd intussen wat nerveus. Er zou gekampt worden tussen hem en Koning Karel. Als Koning Karel die kamp zou winnen, zou Keizer Cees na 42 jaar Keizer-af zijn. Hij moest er eigenlijk niet aan denken. Maar ja… de kans zat er wel degelijk in. Koning Karel had al lekker ‘ingeschoten’ de hele middag. Keizer Cees niet. Hij moest koud aan de slag.

Koning en Keizer hadden een onderonsje op het veld. Ze lachten en schudden elkaar de hand. En toen werd het serious business. Het kampen begon.
Het was druk in de gildetuin maar toen de Keizer Cees naar de schutsboom liep om zijn kruisboog te spannen, werd het doodstil.
Hartjes bonkten in vele kelen. Vooral in die van Keizer Cees. Door de zenuwen miste hij het eerste schot. We hoorden wel een ‘tik’ tegen de wip, maar die bleef een beetje scheef liggen en viel er niet af. Gelukkig stond in het reglement dat hij een reserveschot had.
Jammer dat hij ook dat schot miste.

Koning Karel miste ook. Weer een ‘oeh’ en ‘ah’. De suspense was killing.
Keizer Cees liep weer naar de boom. Je kon een speld horen vallen. Met trillende handjes spande hij zijn boog voor de derde keer.
Een kort moment van opperste concentratie. Hij richt, schiet en het is raak! De vrouw van de Keizer maakte een vreugdesprongetje en ook het hartje van de dochter van de Keizer begon wat sneller te kloppen. Ze heeft van haar puberteit tot in haar twenties vaak gemopperd op haar Keizerlijke vader maar het zou toch zonde zijn voor hem als het nu afgelopen zou zijn.
Koning Karel was weer aan de beurt. Hemel Jezus. Dit was spannend. Doodse stilte.
Hij richt, schiet en… mist.

Keizer Cees was opgelucht en blij. Koning Karel ook.
Het was zoals het hoort in een broederschap.
De Koning bleef Koning. En de Keizer bleef Keizer.
Het bleef nog lang onrustig in Oirschot.

Tour

Author:

Moraal en ik zouden heel graag een tour willen door Oirschot. Oirschot heeft een rijke geschiedenis en kent vele verhalen. Het kan niet anders, dan dat er een hoop gebeurd is vroeger.

Een tour dus. Met een gids. Een knappe en gezellige. Eentje die niet blijft hangen in het opdreunen van jaartallen en namen van oprichters en stichters. Eentje die alle ins en outs weet over de markante menschen die ooit leefden in Oirschot. Eentje die de juicy details kent. Lees meer

de zomer van 2016

Author:

De zomer van 2016

Vroeger had ik zeven weken vakantie. Daar heeft onze minister een paar jaar geleden subtiel een einde aan gemaakt. Hij vond het welletjes. Nu zijn het er ‘nog maar zes’.
Normaal gesproken ging ik nooit weg. Maar deze zomer heb ik alle records verbroken. Ik sliep van de 35 nachten maar 10 nachten in mijn eigen bed.
En ik was één keer zes hele nachten van huis.

Zes hele nachten. Achter elkaar!

Een paar maanden geleden was dat nog ondenkbaar. Geen schijn van kans dat ik ooit op vakantie zou gaan. Nog niet bekant dat ik langer dan een nacht mijn eigen bed in de steek zou laten.
Wat ik nooit had durven dromen is gebeurd. Het Monster dat Heimwee heet is verslagen!
Jawel mensen. Ik ben op vakantie geweest. Niet lang. Wel vaak.

Ik en mijn Lief. We aten wafels in Luik. We deden nog een dagje Luxemburg. We waren te vinden op de terrassen. Ik kreeg een uitgebreide citytour door het ingekakte, brave, burgerlijke Lelystad. (Want dat vooroordeel ontkrachten, doen alleen de locals).
Ik aanschouwde een grote hurkende man, de Batavia en Medisch Centrum West. We bezochten festivals en deden culturele uitspattingen. We zaten tussen hel en vagevuur in Enkhuizen. In het holst van de nacht zaten we in het observatorium van Robert Morris. Google maar even.
En terwijl de sterren vielen, lagen wij op een klein strandje. We wensten het allerbeste en allermooiste voor anderen en onszelf.

Afgezien van ‘de echte vakantie’ deed ik de gebruikelijke tripjes met Q en Moraal. Ik zat op de boulevard in Den Bosch. Ik was in Dippie Doe met Kwik, Kwek en Kwak. Wij aten een vorstelijk maal bij Rendier en Tuinkabouter. We barbecueden heel wat af. Ik kocht een mooie nieuwe weekendtas en ik at meer dan ooit buiten de deur.

En verder waren er wat ehm… mijlpalen. Ik maakte kennis met m’n schoonmoeder. Ik sliep in een hotel. (Ja. Ik ben 42 en dat was nog nooit gebeurd. Tenminste, niet in mijn herinnering). Nét toen ik me bedacht dat mijn geluk niet op kon, heb ik een eigen la gekregen in het huis van Lief.
En verder ben ik uren bezig geweest met een geheime missie. Maar ja. Daar mag ik verder natuurlijk niks over zeggen.

Een vol programma dus. En daarmee is alles wat ik normaal gesproken doe in een vakantie deze zomer nagelaten.
Ik heb mijn kasten niet uitgemest. Ik heb m’n ramen niet gewassen. Het klassenboek is nog niet gekaft.
Al m’n plantenbakken zijn verwaarloosd. Ik vergat de kliko en het oud papier buiten te zetten.
De vriezer is niet ontdooid en de kelderkast staat er nog precies bij zoals ik hem voor de vakantie heb achtergelaten; met van alles over de datum.

Ik ben er niet eens van onder de indruk.
Ik heb nog een week vrij maar ik ben eigenlijk ook niet van plan om het achterstallige werk te gaan doen.

Volgende week mogen we weer naar school. Ik kijk er naar uit.
Kan ik eindelijk bijkomen.
De zomer van 2016 was er eentje om nooit meer te vergeten.

met Lief naar Luik.

Author:

Ik studeerde ooit toerisme. Dat is gek voor iemand met heimwee. De opleiding had altijd veel aanmeldingen. Ik werd ingeloot. Dus ja, ik ging het doen.
Na bijna drie jaar bleek het onhaalbare kaart. De heimwee speelde een rol (we hadden regelmatig reisjes met school) en mijn economieknobbel bleek niet zo goed ontwikkeld. Of eigenlijk bleek hij er helemaal niet te zijn.
Om later wat te kunnen binnen de toeristische sector (en dan bedoel ik niet in een VVV werken) moest je gemiddeld een 7 staan voor economie. Ik was nooit hoger gekomen dan een 3.
Ik besloot toerisme vaarwel te zeggen en me nuttig te gaan maken in de zorg.

Nu ik van m’n heimwee af ben, kan ik weer op vakantie. Lief en ik hebben samen een aantal dagen waarop we weg kunnen. Korte vakanties. Een paar nachtjes. Maar waarheen?
Ik heb, op een enkele uitzondering na, niets van de wereld gezien. Hij is overal al geweest.
We besloten dat het niet uitmaakt waar we heen gaan, als we maar samen zijn. Oh romantiek.

Ik heb geen ervaringen met het boeken van een vakantie. Als ik ooit ging, hobbelde ik achter mijn reisgezelschap aan. Die bepaalden waar we heen gingen. En wanneer. Ik pakte de tassen in en verder vond ik het wel sjakies. Of niet. Want ik vond er natuurlijk geen bal aan.

Anyway. Lief en ik gaan samen weg. We zaten nog in de oriëntatiefase toen ik een paar mensen appte die altijd roepen dat het overal zo leuk is en dat ze goede adresjes hebben. Ik wilde tips. Ze stuurden me door naar AirBenB en vakantieveilingen.nl.
Allemaal leuke dingen. En allemaal goedkoop. Denk ik. Want ik weet natuurlijk niet wat een vakantie kost. Dat is namelijk niet interessant als je nooit gaat.
We kwamen er niet uit. Ineens herinnerde ik me een tip van Polkadot. ‘Luik, dat is een mooie stad’, zei ze.
In mijn beleving was Luik een lelijke, grauwe industriestad waar we doorheen moesten als we gingen klimmen in Luxemburg. Maar ik vertrouw Polkadot. Voor de volle honderd procent.

De zoektocht naar een goede aanbieding begon. Ik denk dat we –tig sites gehad hadden. Na uren googelen en doorlinken, hebben we iets geboekt. Een luxe kamer in een viersterrenhotel. We krijgen er een gratis fles Cava bij.
De Vrome Vrouwen informeerden regelmatig of we al wat gepland hadden. Ik vertelde enthousiast dat de tip van Polkadot ter harte hadden genomen en Luik geboekt hadden.
‘Het was Lille’, zei ze. ‘Niet Luik, maar Lille’.

Kak.

Een klein beetje paniek had ik wel. Tot ze zeiden dat alles leuk is als je verliefd bent. En dat we gewoon een tweede fles Cava moesten meenemen. Dat ik m’n zonnetje zelf aan mijn zijde had. En dat alles goed zou komen, want ‘Love is in the Air’…

Ik zal een kaarsje aansteken. Voor de Vrome Vrouwen.
Dat de wafels ons mogen smaken. En dat we maar veel lol hebben in Luik.
Die lelijke industriestad waar we vroeger doorheen reden als we naar Luxemburg gingen.

Over mij

Ferme vrouw | schrijft verhaaltjes | (Sinterklaas)-theater | docente | concerten | festivals | heimwee | wielrennen kijken | sushi | kaas | rosé & thee

RECENTE BERICHTEN

Hoera, ik sta voor de klas!

Een hele poos geleden gaf ik gehoor aan een oproep op Facebook. Dat doe ik bijna nooit. Maar deze wa...

Ja, ik wil een mailtje als er weer een nieuw verhaaltje is!

Twitter

De 10 van Lien!