Naar iets op zoek?

Kermis

Author:

Kermis.

Wij mochten altijd kiezen; een kadootje van Pieter Matthijsse of naar de kermis. (Voor mensen die het niet weten, of het even vergeten zijn: Pieter Matthijsse was een Blokker, Hema en Toys ‘r Us in één.)
We kozen altijd voor het kadootje. Want we wisten heus wel, dat we tóch ook naar de kermis mochten.

Eigenlijk vond ik er niet veel aan. Ik werd overal misselijk in, of ik durfde niet. Bang dat ik m’n voortanden door m’n lip zou stoten in de botswagens.
Ik was te sloom om de flos in de rups te pakken. Alles ging altijd te hard of te hoog.
En als ik wel durfde, dan lukte het gewoon niet. Lichamelijk gezien bedoel ik.

Iemand met een cakewalkkaart die geholpen moet worden door zo’n snelle kermisjongen met imposante bovenarmen, dat is natuurlijk gênant. Het ziet er niet uit en het is absoluut niet stoer.
Ik was er zo een. Zo’n hopeloos geval. Zo’n motorisch gestoorde hark, die de bewegende trappen nog niet eens op kon komen. Laat staan de rest.

De oliebollenkraam vond ik wel fijn. En de snoepkraam.
Ik wilde altijd nougat. Het liefst die hele harde, taaie met nootjes. Wiebervorm in twee kleuren folie.
En verder natuurlijk een zuurstok. Een rode of een zwarte. Daar zoog ik dan een puntje aan. Zo scherp dat ik m’n eigen gehemelte nog ooit eens doorboorde. Ik deed er zo lang mogelijk mee. Ik snapte mensen die een ‘lekbol’ kozen nooit. Die smerige plakkerige folie tegen je wangen de hele tijd.

Na die ene keer dat ik uit mijn broek gescheurd ben in de cakewalk en huilend naar huis gestuurd werd door mijn vriendinnen, ben ik jaren niet geweest.
Ergens tussen m’n vijftiende en m’n dertigste zit een kermisgat.
Ik had geen zin in tweederangs kermisprogramma’s in het café.
Ik ging naar concerten en kwam op plaatsen die verstoken waren van alles wat met kermis te maken had.

Toen ik verhuisde naar Middelbeers moest ik, in het kader van de inburgering, mee naar de solexrace gaan kijken. Een evenement wat plaatsvindt tijdens de kermis aldaar. Dat heb ik braaf gedaan. Het was mijn eerste kermis in mijn nieuwe woonplaats.
Toen iedereen dronken was, (en dat was al best snel), ging ik naar de wc. Ik moest eerst langs het herentoilet, voordat ik bij de dames kwam.

Een magische aantrekkingskracht deed me stilstaan. De deur stond open. Of nou ja, die hing er half uit. Ik kon zo naar binnen kijken. Er lag een man in een hoekje. Apezat.
Verder hoorde ik mannen met elkaar ehm… praten. Nee. Praten was het eigenlijk niet. Ze wauwelden… het klonk meer als een dierentuin. Eigenlijk waren het een soort onsamenhangende primaire oergeluiden. De mannen konden elkaar prima verstaan, zo leek het. Ze konden amper op hun benen staan. De hele kiet rook naar pies. Ik zag overal afgezakte broeken en zwetende bilspleten.
Ze hadden ook allemaal zwarte leren klompen aan. Ik ving iets op over ‘hennen loaien merregevruug’.
Maar ik snapte er niks van. Toen ze me zagen en er iemand ‘Hee skon wijveke’ begon te zingen, ben ik weggegaan. Zonder te plassen.
Het was de laatste keer dat ik op een kermis was.

Tegenwoordig mag ik weer kiezen.
Mijn huis poetsen of naar de kermis, toetsen nakijken of naar de kermis, spruiten eten of naar de kermis, naar de gynaecoloog of naar de kermis.
Ik kies altijd voor het eerste.

Vanaf zaterdag mogen jullie weer zwieren, zwaaien en rondjes draaien.
En hoewel Pieter Matthijsse er niet meer is, ga ik tóch voor een kadootje.

Related Entries

Nachtburgemeester
Carillon
vuile huichelaar
Miljoenenjacht
Kermisvolk
Tour
Loading Facebook Comments ...

Over mij

Ferme vrouw | schrijft verhaaltjes | (Sinterklaas)-theater | docente | concerten | festivals | heimwee | wielrennen kijken | sushi | kaas | rosé & thee

RECENTE BERICHTEN

Kektus.

Er was dus een geheim project. Ik schreef erover, een paar maanden geleden. Als je dat gemist hebt k...

Ja, ik wil een mailtje als er weer een nieuw verhaaltje is!

Twitter

De 10 van Lien!